Berichten Tagged 'Obama'

Hoe zou het nog met Bart De Wever zijn?

Vanavond is het feest en als ik de allerlaatste peilingen mag geloven (zie hier), dan knallen morgenochtend de champagnekurken. Ik kijk er nu reeds naar uit om samen met mijn animokameraden dit memorabel moment te mogen meemaken. Een uitgelaten sfeer, euforie, het gevoel van geschiedenis te schrijven, lachende gezichten… Het doet me plots denken aan een opiniestuk van Bart De Wever. In De Morgen van 15 september 2008 schreef het Vlaamse opperhoofd het volgende:

Gelukkig voor Palin is de linkerzijde gespecialiseerd in het onbedoeld opwekken van sympathie voor wie ze viseren. Een mannelijke Palin zou jaren nodig hebben om de negatieve fanbase te ontwikkelen die zij nu razendsnel in de schoot geworpen krijgt. En wat mij betreft, ik hoop dat ze er dik van profiteert in november. Niet dat ik het eens ben met de meeste van haar standpunten. Ook deel ik haar overdreven ethisch conservatisme niet. Maar het idee om dan al die beteuterde gezichten te zien… Go get them, Sarah Barracuda!

Ik vraag me dan ook af hoe het nog met Bart De Wever en meerbepaald met zijn grijnslach zou zijn, nu hij al die goede peilingen voor Obama ziet. Ik hoop van harte dat ze met een grote cameraploeg van de VTM morgenochtend zijn gezicht staan te filmen als de eerste resultaten binnenrollen.

Guestblog: The Tribal States of America

Ik beken: ik ben nog nooit zelf in de VS geweest. Al deze blogs berusten dan ook volledig op second-hand information. Vandaar een gastblog voor vandaag, van niemand minder dan Johannes Vandensavel. Johannes heeft een groot deel van zijn jeugd in de U.S. doorgebracht, meer zelf, hij groeide op in Arizona, de staat van McCain himself. Johannes geeft hieronder een gedurfde kijk op The States en wijst op één van de onderbelichte gevolgen van een Democratische verkiezingsoverwinning: een nog grotere vorm van party-disagreement. Enjoy!

“I pledge allegiance to the flag of the United States of America, and to the Republic for which it stands: one Nation under God, indivisible, With Liberty and Justice for all”

People are trying to figure it out. People far smarter than yours truly, are trying to figure out when it became a nation of two tribes, the red tribe and the blue one. When these two tribes evolved out of a United States. Not that the US has been a stranger to internal strife between different sides: jeffersonianism vs federalism, The civil war, Vietnam, and most recently Stephen Colbert or Jon Steward.

Many scholars know why, when, and how earlier tribes started to form. But that’s only because these are history and they are no longer alive in our world, our minds. The red and blue tribes however are alive, very much alive, in the mind, willing or unwilling of every student of these States

(small note of information, specially for you dear reader, if you believe individual states should have more rights you ought to say these United States, if you believe that the federal government should have more control, you ought to say The United States).

It may not be a political preference, but we all pick sides willingly or unwilling. What is so important is that now we have tribes that fail to understand each other. Someone might have all the numbers of the other tribe, know all the names and be fully emerged in its culture, but understanding, is far more than just that knowing.

So what happened?

 

Well one of the key things that changed the game was that an old American ghost came back out of the closet. The ghost of conversion, proselytization or to put it dramatically (read with infused tone of dark intent) ‘intrusion’. It has visited this great land before, after the civil war for example. When many southerners did not like the going ons after their defeat and tried to uphold the southern way of doing things. The great reconstruction effort which took place to restore the union was lead by carpet baggers as they we’re called. Northerners who took everything from the south including its pride and its ways, they we’re intruders. Or so the southerners believed.

And even though now the tribes still have some geographic correlation, the fear of intruders and intrusion has changed. Now the intrusion is one of ideology. The godless blue tribe is out to make America a secular state, which the red tribe envisions as a land we’re gays marry, and churches are prosecuted, a state where the cold hand of the government pushes away the warm embrace of the community and no one is safe. Also they’re really not keen on giving up their guns.

While the fanatic red tribe is out to make America a religious nation, which the blue tribe sees as a land where the bedroom is property of preachers & co, where the constitution does not mention privacy thus abortion becomes illegal, and where worst of all, intolerance is the rule of thumb. They do not care for poor people, not because of cold heart disease, but because they do not want the government to come into the private lives of people, communities should take care of the people. And if you don’t have a community in red America, well then too bad.

It’s a gross over-exaggeration. On average there are an equal number of unpleasant people in every country and corner of the world. So too it goes for The United States (notice, I said The). But I can assure you, if you meet the Americans that do not belong to the group known around the world as a** holes, and you don’t mention politics, both tribes have a huge proportion of people who have a kindness to strangers rarely seen on the face of this planet.

This piece serves only to remind you. That even though tomorrow Barack Hussein Obama will win this election. And that tomorrow is the night the democrats will have a party (the festive kind, not the membership kind). Over one million people are expected to celebrate his victory in Chicago tomorrow.

It will not be the night that ends this era of tribalism. It might be the beginning of that era. But by any stretch of the imagination we are still far removed from the day where we can all sit around one table.

I would also ask you to think about this, while democrats will win seats in the house and senate, they will win some of those by beating ‘middle of the road’-republicans. Don’t think I mind too much, not this time, not after all the horrible mistakes the republicans have made in the last few decades. But it does leave a gap, when it comes to talking to the other side. So let’s hope the Dems get their 60 in the senate, or it will get really really interesting (for us), and really really serious for The US.

PS: Dear reader, if McCain does win. And I am wrong. May whatever god or non-god have mercy on THESE United States of America, because a large proportion of its people will not. Luckily he won’t. Even though he was once a most respectable Senator from Arizona. A middle of the road republican, at least until a decade or so ago. Let us remember the Senator McCain of that era.

Johannes Vandensavel

Demographic determinants of voting behavior

Ik heb tijdens mijn studententijd als socioloog de eer gehad een college te mogen volgen van Emer. Prof. Ron Lesthaeghe. Prof. Lesthaeghe is als socioloog doorgebroken met zijn baanbrekende theorie over de ‘Second Demographic Transition’ (SDT). De Tweede Demografische Transitie wordt gekenmerkt door een stijgende huwelijksleeftijd, een toenemend voorkomen van ongehuwd samenwonen, een dalend voorkomen van hertrouwen, het uitstellen van kinderen, en toenemende kinderloosheid. Interessant is dat deze demografische patronen nauw samenhangen met religieuze en politieke dimensies.

Een illustratie hiervan zijn de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2004. Hieronder vindt men op staatsniveau een zeer sterke, negatieve correlatie (r=-0,87) tussen het stemmen voor Bush in 2004 en een factor samengesteld uit bovenstaande demografische kenmerken: hoe sterker een staat scoort op deze SDT-factor, hoe lager het percentage van die staat die in 2004 voor Bush gestemd heeft.

Bron: Lesthaeghe, R. and Neidert, L. (2006). The second demographic transition in the United States: exception or textbook example? Population and Development Review, 32 (4), p. 686.

Interessant is nu om na te gaan in welke mate Obama van dit demografisch gegeven kan profiteren en in hoeverre de peilingen deze demografische patronen reflecteren.

Van de drie zekere swing states (zie mijn blog van eergisteren), zijnde Iowa, Colorado en New Mexico, is het opmerkelijk dat Iowa op de SDT-factor zeer laag scoort: hier breekt Obama duidelijk door een demografisch patroon. Van de vier minder zekere swing states (Virginia, Florida, Ohio en Nevada) worden vooral Florida en Nevada demografisch ondersteund, Virginia is relatief neutraal. Ohio is dan weer demografisch conservatief.

De republikeinse bolwerken die Obama lijkt binnen te halen (North Carolina, Montana, Minnesota, North Dakota, Arizona, en Missouri) zijn demografisch zeer divers. North Carolina en Arizona lijken demografisch gezien goed mee te vallen. Missouri, Minnesota, North Dakota en Montana daarentegen zullen harde noten om te kraken zijn.

Een Bradley effect?

Op mijn post van gisterenavond heb ik reeds een aantal reacties van ongeloof gekregen. De meeste reacties laten zich samenvatten in twee argumenten: 1. Je beroept je volledig op peilingen, maar wat zijn deze waard? Onder andere blue collar-voters worden daarin onderbevraagd. 2. Nog veel Amerikanen zien een zwarte president niet zitten, maar durven daar openlijk niet voor uit te komen uit angst om als een racist versleten te worden.

De combinatie van deze twee argumenten wordt ook wel het zogenaamde Bradley effect genoemd. Het Bradley effect verwijst naar het systematisch overschatten van een zwarte kandidaat in peilingen. Respondenten vertellen immers dat ze nog onbeslist zijn of geneigd zijn om op de zwarte kandidaat te stemmen, terwijl ze in het stemhokje zelf voor de blanke tegenkandidaat stemmen. De reden is sociale wenselijkheid: men durft immers niet toe te geven dat men niet op de zwarte kandidaat wil stemmen omwille van zijn huidskleur.

Het Bradley-effect is genoemd naar Tom Bradley, een Afro-Amerikaan die in 1982 de gouverneursverkiezingen in California verloor, terwijl hij in de peilingen systematisch voorlag.

Vraag van de dag is bijgevolg:

Wordt Obama systematisch in peilingen overschat? Is er met andere woorden sprake van een Bradley effect?

1. Wat zijn de peilingen waard?

Peilingen kunnen zeer sterk variëren in hun manier van steekproeftrekking, hun steekproefgrootte, hun manier van afname, hun wegingsfactoren… Peilingen kunnen met andere woorden zeer sterk verschillen in hun representativiteit. Het is hoogstwaarschijnlijk waar dat een aantal sociale categorieën in peilingen systematisch onderbevraagd worden. Zo worden blue collar-voters inderdaad doorgaans onderbevraagd, en deze groep vertoont inderdaad een grotere kans op xenofobie. Maar ook jongeren en Afro-amerikanen worden in peilingen doorgaans onderbevraagd en deze zijn dan weer meer geneigd om op Obama te stemmen.

Een ander argument is dat we ons niet beroepen op slechts één peiling, maar op dagelijks minstens 10 peilingen van zeer diverse makelij, en dat al deze peilingen consequent Obama een voorsprong geven in cruciale staten. Voor een overzicht van de peilingen, zie hier, hier en hier.

2. The Bradley-case

Er zijn ook twee grote verschillen tussen de Bradley-case van 1982 en de huidige situatie van Obama:

Een eerste verschil is dat de voorsprong van Bradley in de peilingen veel nipter was dan voor Obama momenteel: respectievelijk 1 à 5% tegenover 5 à 15%.

Een tweede verschil is dat de mensen de standpunten en de persoonlijkheid van Bradley niet zo goed kenden. Het waren ’slechts’ gouverneursverkiezingen, de campagnes waren nog niet zo uitgebouwd en de media versloeg het gebeuren niet zo intensief als nu. Ze hadden met andere woorden weinig argumenten buiten Bradleys huidskleur om niet op hem stemmen. Vandaar dat ze uit sociale wenselijkheid in peilingen aangaven dat ze nog onbeslist of zelfs pro Bradley waren. Bij Obama is van dit alles geen sprake. Er is lange tijd een ware Obamania geweest, dus de mensen zouden intussen zijn persoonlijkheid en standpunten wel moeten kennen. Respondenten die met andere woorden een probleem hebben met de huidskleur van Obama kunnen bijgevolg gerust aan pollsters zeggen dat ze niet op Obama gaan stemmen omdat hij “te liberal” of “te soft” is.

3. The democratic primaries

Er wordt vaak naar een Bradley effect gewezen bij de democratische primary in New Hampshire. Daar verloor Obama met drie procentpunten van Hillary Clinton, terwijl hij in de peilingen systematisch voorlag. Het is niet onmogelijk dat er op dat moment van de campagne nog ruimte was voor een Bradley effect. Interessant is echter dat er in de zuidelijke staten met een grote zwarte minderheid zoals North Carolina en Virginia sprake is van een omgekeerd Bradley effect: Obama werd er in de peilingen consequent onderschat. Veel Afro-amerikanen stemden er immers voor Obama omwille van zijn zwarte huidskleur, maar durfden dat uit sociale wenselijkheid niet te verklaren aan de pollsters.

Samengevat denk ik dat er momenteel veel over het Bradley effect geschreven wordt, maar dat het in de praktijk al bij al nog zal meevallen.

Obama by landslide?

Nog precies 7 dagen scheidt ons van de moeder van de Amerikaanse presidentsverkiezingen op dinsdag 4 november. Ik ga de verkiezingen alvast vieren op de ‘We survived Bush’-party in het Kultuurcafé van de VUB de dinsdagavond en de eerste resultaten gaan checken op de verkiezingsbrunch van de sp.a in het Barnabé-café de woensdagochtend. In afwachting van deze feestjes ben ik van plan om iedere avond een thema omtrent de presidentsverkiezingen op deze blog te behandelen.

Vandaag buig ik het hoofd over volgende vraag:

Wat is de kans dat Obama de verkiezingen zal winnen ‘by landslide’?

Dat Obama de verkiezingen gaat winnen is voor mij immers al zo goed als zeker. De vraag is dus niet of hij gaat winnen, maar met welke marge hij zal winnen.

Ter herhaling. Het kiescollege bestaat uit 538 kiesmannen. Om de verkiezingen te winnen dient Obama dus 269+1 kiesmannen binnen te halen. Om de verkiezingen by landslide te winnen, dienen echter 375 kiesmannen zich achter Obama te scharen en dient hij ook nog de popular vote te winnen. Is dit haalbaar?

Als we de peilingen mogen geloven zal de popular vote geen probleem vormen: zie hier, hier en hier. Maar wat met die 375 kiesmannen, de zogenaamde electoral vote?

De Kerry-states (de staten waar John Kerry in 2004 gewonnen heeft) omvatten 251 kiesmannen. Van die staten waren New Hampshire (4 kiesmannen), Michigan (17 kiesmannen) en Pennsylvania (21 kiesmannen)lange tijd onzeker, maar sinds een drietal weken (eigenlijk sinds het ‘uitbreken’ van de economische crisis) heeft Obama er volgens de meeste peilingen een ruime marge. In NH heeft hij een marge die varieert tussen 4% en 15%, in MI een marge tussen 3% en 22%, en in PA een marge tussen 7% en 13%. De McCain-campagne lijkt de laatste dagen echter wel veel middelen in Pennsylvania in te zetten.

New Mexico (5) en Iowa (7) en zelfs Colorado (9) behoren ook al lange tijd tot veilig terein voor Obama. Zij zijn samen goed voor terug 21 kiesmannen.

De tussenstand staat ondertussen op 272 kiesmannen, waarmee Obama de verkiezingen wint! Nog 103 kiesmannen te gaan om een landslide te bereiken.

De andere kanshebbers laten zich opdelen in twee soorten staten.

1. Staten die bij de vorige verkiezingen naar Bush gingen, lange tijd als swing states beschouwd werden, maar waarvan het op basis van de meeste peilingen aannemelijk is dat ze naar Obama gaan. Het betreft de staten Nevada (5), Virginia (13), Florida (27) en Ohio (20). Samen zijn ze goed voor 65 kiesmannen. De kans is dus reëel dat Obama deze staten binnenhaalt.

2. Echte traditionele republikeinse bolwerken waarvan niemand ooit dacht dat de democraten ze nog zouden kunnen winnen, maar die in de meest recente peilingen naar een ‘tie’ neigen. Hier denken we aan North Carolina (15), Montana (3), Minnesota (10), North Dakota (3), Missouri (11) en zelfs het Arizona van McCain (10). Deze staten zorgen samen voor 52 kiesmannen. De kans is onwaarschijnlijk dat Obama al deze staten binnenhaalt.

De teller staat ondertussen op 389 kiesmannen, zijnde een landslide. De kans is echter zeer klein dat hij alle bovenvermelde traditionele republikeinse bolwerken binnenhaalt, maar je weet natuurlijk nooit… :-)

Peilingen in de media

Ik erger me de laatste tijd behoorlijk aan de berichtgeving van de Vlaamse kranten over de peilingen omtrent de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Ze rapporteren steevast de nationale cijfers (popular vote) in plaats van de cijfers per staat en dus de kiesmannen per staat. Een recent voorbeeldje van in De Morgen van 24 september:

Volgens een onderzoek dat vandaag door de Washington Post en televisiezender ABC News werd gepubliceerd, staat de senator uit Illinois negen procent voor op zijn Republikeinse tegenkandidaat John McCain. Van de mensen die naar eigen zeggen willen gaan stemmen, heeft 52 procent de intentie op Obama te stemmen tegenover 43 procent op McCain.

Hoewel dat de bottom line klopt – Obama is inderdaad aan de winnende hand – zeggen deze cijfers niets. Veel betekenisvoller zijn de peilingen in swing states als Colorado, Michigan, Virginia, Florida, Pennsylvania, New Hampshire, Ohio en North Carolina. Want daar en enkel in die staten zijn de broodnodige kiesmannen te winnen die in november het verschil zullen maken.

Even een (risicovolle) voorspelling. Ter herinnering: Obama heeft 270 kiesmannen nodig om verkozen te geraken. De Kerry-states plus New Mexico en Iowa minus New Hampshire leveren hem reeds 260 kiesmannen op (Michigan en Pennsylvania beginnen behoorlijk safe te worden, zie hier). Colorado met 9 kiesmannen is zo goed als binnen. Virginia, New Hampshire, Florida en Ohio zijn nog onzeker. North Carolina kan Obama op zijn buik schrijven. Nog één enkele kiesman te verkrijgen met andere woorden. Ik gok op Virginia met zijn 13 kiesmannen.

Déjà vu?

President Bush Sr. op campagne in 1992: the supermarket scanner blooper, waarbij hij niet wist hoe een scanner werkt lang nadat ze ingevoerd waren. Hij kwam als oud en wereldvreemd over en verloor de verkiezingen.

(helaas zonder geluid)

Negative campaigning van Obama: the “can’t send an email”-ad.

Het sociaal contract van Barack Obama

Een goed opiniestuk van Rik Coolsaet deze morgen in De Standaard:

Het sociaal contract van Barack Obama

AANVAARDINGSSPEECH GERICHT TOT DE WEIFELENDE AMERIKAAN

Het is gemakkelijk om te begrijpen waarom een deel van de Amerikaanse bevolking zo enthousiast op Obama reageert. Wat hij lijkt aan te bieden, is niet minder dan een nieuw sociaal contract zoals Franklin D. Roosevelt, zegt Rik Coolsaet die naar de aanvaardingstoespraak luisterde.

Drie kwartier duurde vannacht Barack Obama’s aanvaardingsspeech als Democratisch presidentskandidaat, in een overvol voetbalstadion in Denver. En ik kon het echt niet helpen. Drie kwartier spookte de vraag door mijn hoofd: waar zit de Belgische Obama? Welke Belgische politicus doet Obama na in zijn magistrale poging om de verdeeldheid in eigen land te overbruggen? Bij ons is het net omgekeerd: hier verscherpen politici, zowel in Vlaanderen als in Wallonië, de tegenstellingen onder de mensen en zetten zij Vlamingen en Franstaligen tegen elkaar op. Waar zit de Belgische Obama die met evenveel menselijkheid over de illegale migrant durft te praten? Bij ons daarentegen hoor je een Vlaams politicus op een gemene manier Franstaligen in Vlaanderen gelijkschakelen met migranten, die zich moeten aanpassen – of opkrassen. Ik zoek nog steeds de eerste politicus in Vlaanderen die met evenveel overtuiging als Obama diversiteit een kracht noemt en geen ziekte – getuige zijn eigen levensloop. En het wachten is voorlopig ook nog op de eerste politicus in dit land die een coherent project aanbiedt dat insluit en niet uitsluit.

Obama’s speech was politiek theater van Hollywoodiaanse topkwaliteit. Het is gemakkelijk om smalend te doen over zoveel indrukwekkende enscenering, over de Dorische zuilen in papier maché die de presidentskandidaat moesten omhullen met de symbolen van macht en prestige, de zorgvuldig uitgekiende retorische opbouw en het oerklassieke ‘God bless you‘ op het einde van de toespraak. Het is ook niet moeilijk om de scheut populisme te hekelen die in zijn toespraak zit ingebed, waar hij zich afzet tegen de professionele politici en de bureaucraten in het verre Washington of waar hij langs zijn neus weg zegt dat hij elke avond met Amtrak – de amechtige Amerikaanse spoorwegmaatschappij – huiswaarts keert.

Maar tezelfdertijd verwoordde Obama zijn kernboodschap duidelijker en concreter dan ooit tevoren. En de hoofdrol hierin was weggelegd voor de dagelijkse moeilijkheden en bezorgdheid van de individuele Amerikaan, niet om wat de politici in de hoofdstad bezig houdt.

Het is gemakkelijk om te begrijpen waarom een deel van de Amerikaanse bevolking zo enthousiast op Obama reageert. Wat hij lijkt aan te bieden, is niet minder dan een nieuw sociaal contract. Franklin D. Roosevelt deed het hem voor in de jaren dertig van de 20ste eeuw. Dat kan geen toeval genoemd worden. Opiniepeiling na opiniepeiling bevestigt het beeld dat het Amerika van vandaag in vele opzichten aan dezelfde kwalen lijdt als ten tijde van Roosevelt. Het land leeft in angst. Tachtig procent van de Amerikanen vindt dat hun land de verkeerde richting uitgaat en uit een recente peiling blijkt dat de Amerikaanse bevolking zowat de meeste pessimistische van de hele wereld is. Politieke crises in de wereld staven hem in die overtuiging. In eigen land vreet de economische teruggang aan het inkomen van de gemiddelde Amerikaan. En de regering lijkt daar allemaal geen antwoord op te kunnen bieden.

Net zoals Roosevelt wil Obama de zwaksten in de Amerikaanse samenleving beschermen en tezelfdertijd de toenemende ongerustheid onder de middenklassers opvangen. In de beste Democratische traditie bevestigt Obama daarbij dat hij de staat aan de zijde ziet van de zwaksten in de samenleving – en niet als de behoeder van ’s lands welvarenden. De staat is er om de individuele burger te beschermen tegen risico’s en problemen waartegen hij zich niet op eigen kracht kan indekken – tenzij hij of zij behoort tot de toplaag van welgestelden.

Maar Obama’s project is niet louter defensief. Opnieuw zoals Roosevelt (we have to fear but fear itself - wij moeten enkel onze eigen angst vrezen) wil hij blijkbaar de angst onder de Amerikanen overstijgen doorheen wat hij een ‘nieuwe gemeenschappelijke doelstelling’ noemt. Angst voedt immers het gevoel van machteloosheid en dempt daardoor de kansen op een verbetering van een samenleving. Angst drijft mensen in een egelstelling, verscherpt tegenstellingen en sluit uit. Angst verengt de geest. Om vooruit te gaan heeft een gemeenschap een collectief verhaal nodig, dat insluit en niet uitsluit. Mensen moeten vertrouwen in de toekomst hebben. Een beleid gebouwd op angst, verhindert dat. We verdienen beter dan wat we de afgelopen acht jaar gehad hebben, zo zei hij, want we zijn een beter land dan dat.

Barack Obama wil het elementaire gemeenschapsgevoel herstellen. ‘Je stapt niet alleen’, klonk het in een van de memorabele passages in zijn toespraak, waarmee hij Martin Luther Kings woorden van 45 jaar geleden herhaalde. Maar zoiets ligt niet in de macht van de overheid – of althans, niet uitsluitend. Obama plaatste de burger uitdrukkelijk ook voor zijn individuele verantwoordelijkheid inzake opvoeding, milieu, criminaliteit. Maar dat lukt alleen maar als die burger zich betrokken voelt in een gemeenschappelijk project dat perspectief inhoudt.

Obama’s toespraak vannacht was duidelijk gericht tot de weifelende Amerikaan, voor wie hij ondanks de twintig maanden lange voorverkiezingen nog steeds een mysterie is gebleven, en die sceptisch aankijkt tegen diens boodschap. Met enige zelfrelativering omschreef hij zichzelf gisteren trouwens als ‘niet de meest evidente kandidaat’ voor het ambt van president. Wat Obama’s Amerika daarentegen met de wereld zal aanvangen, komen we niet te weten. Hoe hij zal reageren op de onvermijdelijke verdere daling van de internationale invloed van de Verenigde Staten, kunnen we niet opmaken uit zijn woorden. En dat is wellicht het grootste probleem waarop de nieuwe president in Washington een antwoord zal moeten vinden. Een grote mogendheid die macht en invloed verliest, zo leert ons de geschiedenis, kan dat tijdelijk verhullen door dadendrang – of opvangen door een beleid van internationale samenwerking.

Maar daarover horen we vanaf maandag wellicht meer. Dan houden de Republikeinen op hun beurt hun conventie en begint de echte verkiezingsstrijd.

Rik Coolsaet is voorzitter van de Vakgroep Politieke Wetenschappen Universiteit Gent