Archief voor de categorie 'Politics'

De netwerkpartij als kraakpand?

Vandaag is mijn stuk over het nieuwe partijmodel van de sp.a in SamPol verschenen. SamPol is een maandelijks tijdschrift dat een blik werpt op brede maatschappelijke fenomenen en zich inschrijft in de brede socialistische beweging, maar dan wel niet dogmatisch, noch partijafhankelijk. Hieronder vinden jullie de inleiding en het besluit van mijn artikel. Wens je het volledig te lezen, abonneer je dan op het tijdschrift (slechts 39 euro voor studenten per jaar) of passeer eens langs de bibliotheek.

De netwerkpartij als kraakpand?

Ongeveer een jaar geleden herdoopte de sp.a zichzelf tot een netwerkpartij. Het nieuwe partijmodel was het antwoord op zowel de verkiezingsnederlaag van 10 juni 2007 als de tanende invloed van de klassieke massapartij. Deze netwerkpartij doet echter sterk denken aan het sociologische concept ‘sociaal kapitaal’. Een sociologische analyse van de sterktes en zwaktes, de mogelijkheden en bedreigingen van de netwerkpartij als organisatiemodel dringt zich bijgevolg op.

De netwerkpartij: het versterken van extern en intern sociaal kapitaal

De netwerkpartij wordt door de partijtop samengevat als ‘een open huis met sterke fundamenten’. De netwerkpartij is enerzijds een open huis omdat ze iedereen die sociaal-progressieve verandering nastreeft, wil betrekken bij de partijwerking. Het gaat meerbepaald om het engagement binnen wijkclubs, buurtverenigingen en actiegroepen, en op het internet. De netwerkpartij is anderzijds een huis met sterke fundamenten omdat ze voor een sterke partijwerking wil gaan, gestoeld op gewaardeerd lidmaatschap, sterke afdelingen en interne democratie.
Het nieuwe partijmodel doet denken aan het sociologische concept ‘sociaal kapitaal’. Sociaal kapitaal heeft betrekking op de middelen die in sociale netwerken ingebed zijn en gebruikt kunnen worden om doelen na te streven. Deze middelen kunnen zeer divers zijn, gaande van informatie, macht en status tot vertrouwen en identiteit. Een partij kan die middelen gebruiken om haar doelen na te streven. Concreet kan een partij haar sociaal kapitaal inzetten om bijvoorbeeld stemmen te ronselen, frisse ideeën op te doen, leden te motiveren… Met het nieuwe partijmodel wil de sp.a nu haar sociaal kapitaal op twee manieren uitbreiden. Enerzijds richt ze zich op het uitbreiden van haar ‘extern sociaal kapitaal’, zijnde het sociale netwerk van sympathisanten buiten de partij (cfr. een open huis). Anderzijds wil ze ook haar ‘intern sociaal kapitaal’ versterken, zijnde het sociale netwerk van leden binnen de partij (cfr. een huis met sterke fundamenten).

De slagkracht van deze partijstrategie hangt in grote mate af van hoe sterk de sp.a de sterktes en mogelijkheden van het partijmodel benut en in welke mate ze rekening houdt met bepaalde zwaktes en bedreigingen. In wat volgt, wordt kort een sociologische analyse gemaakt van deze factoren van de netwerkpartij, toegepast op de Vlaamse socialistische partij.

Besluit

Met de netwerkpartij als organisatiemodel wil de sp.a een open huis met sterke fundamenten zijn. Momenteel is ze echter een kraakpand, veel openheid maar geen fundamenten. Enerzijds heeft de sp.a geen sterk intern netwerk. De verschillende sociale groepen binnen de partij komen nauwelijks in contact met elkaar en wisselen bijgevolg geen informatie of ideeën uit. Hoewel er zeker een aantal stappen in de goede richting gezet zijn, blijft de interne democratie ook dode letter. Op cruciale momenten slaagt de partijtop er maar niet in de basis te vertrouwen. Dan is het ook niet verwonderlijk dat haar mobilisatiekracht beperkt is. Anderzijds heeft de sp.a een grote openheid voor personen en organisaties van buiten de partij. Die openheid is echter niet altijd wederkerig. Het externe netwerk wordt bovendien gekenmerkt door een lage motivatie en sociale uniformiteit. Als klap op de vuurpijl ging het externe netwerk in het verleden ten koste van het interne netwerk.

Vanuit een sociologische bril kunnen er echter een aantal suggesties voor verbetering geformuleerd worden. Breng ten eerste een sterk ideologisch verhaal. Het bindt de leden en verschaft duidelijkheid aan de sympathisanten buiten de partij. Geef ten tweede de leden inspraak in dit ideologische verhaal. Het is niet enkel democratisch, maar verhoogt ook de mobilisatiekracht. Wees consequent en voorzie ten derde ideologische ruimte voor de netwerksamenleving. Ook de kleine man heeft immers recht op een sociaal netwerk. Investeer ten vierde in sterke lokale afdelingen die zowel via oude als nieuwe participatievormen de verschillende sociale groepen binnen de partij met elkaar in contact brengen. Sta ten slotte open voor sympathiserende personen en organisaties van buiten de partij, maar overschat hun motivatie niet en probeer ze ook niet steeds in te lijven. Er is met andere woorden nog veel werk aan de winkel. De vraag is of de partijtop de moed heeft om dit werk te verzetten?

De toekomst is aan ons

Hoe zou het nog met Bart De Wever zijn?

Vanavond is het feest en als ik de allerlaatste peilingen mag geloven (zie hier), dan knallen morgenochtend de champagnekurken. Ik kijk er nu reeds naar uit om samen met mijn animokameraden dit memorabel moment te mogen meemaken. Een uitgelaten sfeer, euforie, het gevoel van geschiedenis te schrijven, lachende gezichten… Het doet me plots denken aan een opiniestuk van Bart De Wever. In De Morgen van 15 september 2008 schreef het Vlaamse opperhoofd het volgende:

Gelukkig voor Palin is de linkerzijde gespecialiseerd in het onbedoeld opwekken van sympathie voor wie ze viseren. Een mannelijke Palin zou jaren nodig hebben om de negatieve fanbase te ontwikkelen die zij nu razendsnel in de schoot geworpen krijgt. En wat mij betreft, ik hoop dat ze er dik van profiteert in november. Niet dat ik het eens ben met de meeste van haar standpunten. Ook deel ik haar overdreven ethisch conservatisme niet. Maar het idee om dan al die beteuterde gezichten te zien… Go get them, Sarah Barracuda!

Ik vraag me dan ook af hoe het nog met Bart De Wever en meerbepaald met zijn grijnslach zou zijn, nu hij al die goede peilingen voor Obama ziet. Ik hoop van harte dat ze met een grote cameraploeg van de VTM morgenochtend zijn gezicht staan te filmen als de eerste resultaten binnenrollen.

Guestblog: The Tribal States of America

Ik beken: ik ben nog nooit zelf in de VS geweest. Al deze blogs berusten dan ook volledig op second-hand information. Vandaar een gastblog voor vandaag, van niemand minder dan Johannes Vandensavel. Johannes heeft een groot deel van zijn jeugd in de U.S. doorgebracht, meer zelf, hij groeide op in Arizona, de staat van McCain himself. Johannes geeft hieronder een gedurfde kijk op The States en wijst op één van de onderbelichte gevolgen van een Democratische verkiezingsoverwinning: een nog grotere vorm van party-disagreement. Enjoy!

“I pledge allegiance to the flag of the United States of America, and to the Republic for which it stands: one Nation under God, indivisible, With Liberty and Justice for all”

People are trying to figure it out. People far smarter than yours truly, are trying to figure out when it became a nation of two tribes, the red tribe and the blue one. When these two tribes evolved out of a United States. Not that the US has been a stranger to internal strife between different sides: jeffersonianism vs federalism, The civil war, Vietnam, and most recently Stephen Colbert or Jon Steward.

Many scholars know why, when, and how earlier tribes started to form. But that’s only because these are history and they are no longer alive in our world, our minds. The red and blue tribes however are alive, very much alive, in the mind, willing or unwilling of every student of these States

(small note of information, specially for you dear reader, if you believe individual states should have more rights you ought to say these United States, if you believe that the federal government should have more control, you ought to say The United States).

It may not be a political preference, but we all pick sides willingly or unwilling. What is so important is that now we have tribes that fail to understand each other. Someone might have all the numbers of the other tribe, know all the names and be fully emerged in its culture, but understanding, is far more than just that knowing.

So what happened?

 

Well one of the key things that changed the game was that an old American ghost came back out of the closet. The ghost of conversion, proselytization or to put it dramatically (read with infused tone of dark intent) ‘intrusion’. It has visited this great land before, after the civil war for example. When many southerners did not like the going ons after their defeat and tried to uphold the southern way of doing things. The great reconstruction effort which took place to restore the union was lead by carpet baggers as they we’re called. Northerners who took everything from the south including its pride and its ways, they we’re intruders. Or so the southerners believed.

And even though now the tribes still have some geographic correlation, the fear of intruders and intrusion has changed. Now the intrusion is one of ideology. The godless blue tribe is out to make America a secular state, which the red tribe envisions as a land we’re gays marry, and churches are prosecuted, a state where the cold hand of the government pushes away the warm embrace of the community and no one is safe. Also they’re really not keen on giving up their guns.

While the fanatic red tribe is out to make America a religious nation, which the blue tribe sees as a land where the bedroom is property of preachers & co, where the constitution does not mention privacy thus abortion becomes illegal, and where worst of all, intolerance is the rule of thumb. They do not care for poor people, not because of cold heart disease, but because they do not want the government to come into the private lives of people, communities should take care of the people. And if you don’t have a community in red America, well then too bad.

It’s a gross over-exaggeration. On average there are an equal number of unpleasant people in every country and corner of the world. So too it goes for The United States (notice, I said The). But I can assure you, if you meet the Americans that do not belong to the group known around the world as a** holes, and you don’t mention politics, both tribes have a huge proportion of people who have a kindness to strangers rarely seen on the face of this planet.

This piece serves only to remind you. That even though tomorrow Barack Hussein Obama will win this election. And that tomorrow is the night the democrats will have a party (the festive kind, not the membership kind). Over one million people are expected to celebrate his victory in Chicago tomorrow.

It will not be the night that ends this era of tribalism. It might be the beginning of that era. But by any stretch of the imagination we are still far removed from the day where we can all sit around one table.

I would also ask you to think about this, while democrats will win seats in the house and senate, they will win some of those by beating ‘middle of the road’-republicans. Don’t think I mind too much, not this time, not after all the horrible mistakes the republicans have made in the last few decades. But it does leave a gap, when it comes to talking to the other side. So let’s hope the Dems get their 60 in the senate, or it will get really really interesting (for us), and really really serious for The US.

PS: Dear reader, if McCain does win. And I am wrong. May whatever god or non-god have mercy on THESE United States of America, because a large proportion of its people will not. Luckily he won’t. Even though he was once a most respectable Senator from Arizona. A middle of the road republican, at least until a decade or so ago. Let us remember the Senator McCain of that era.

Johannes Vandensavel

Senate projections

Veel mensen lijken het te vergeten, maar op 4 november wordt ook 1/3 van de U.S. Senate verkozen (de zogenaamde Class II). De Senaat bestaat uit 100 senatoren. Momenteel telt het orgaan 49 Democratische senatoren, 49 Republikeinse senatoren, en twee senatoren die onafhankelijk zijn. De onafhankelijke senatoren hellen naar de Democraten over: Bernard Sanders is een zelfverklaarde socialist en Joseph Lieberman een Independent Democrat (Lieberman heeft echter wel op de Republikeinse conventie gaan spreken). Een wankel machtsevenwicht met andere woorden. Een evenwicht dat hoogstwaarschijnlijk op 4 november in het voordeel van de Democraten beslecht gaat worden. Concreet staan de zetels van 12 Democraten (waaronder John Kerry en Joseph Biden) en van 21 Republikeinen op het spel. De Republikeinen hebben dus veel meer te verliezen.

Als we de peilingen mogen geloven, dan zouden de 12 Democraten allemaal vlotjes herverkozen geraken. Van de 21 Republikeinse senatoren zouden er echter slechts 12 à 15 herverkozen geraken. Minstens 6 zetels zouden dus naar de Democraten gaan, wat de eindbalans op minstens 55 Democratische senatoren zou zetten. Indien de Democraten ook nog eens 3 extra zetels van de Republikeinen zouden kunnen afsnoepen en indien de twee onafhankelijke senatoren consequent met de Democraten zouden meestemmen, dan zouden de Democraten 60% van de Senaat domineren. Dat betekent concreet dat de Republikeinen geen enkel wetsvoorstel nog zouden kunnen tegenhouden (door bvb. te filibusteren). We gaan er hier natuurlijk wel vanuit dat Obama de nieuwe president wordt en dat de president bijgevolg niet zijn veto gaat stellen.

Palin for president in 2012?

De trouwe lezers van mijn blog zullen reeds doorhebben dat ik de keuze voor Sarah Palin als vice-president allesbehalve een verstandige zet vond (zie hier). Het was dan ook even schrikken toen ik volgend artikeltje in De Morgen van 17 oktober 2008 las:

Steeds meer perslekken wijzen erop dat de relatie tussen de Republikeinse kandidaat-vicepresidente Sarah Palin en haar kopman John McCain verzuurt. Door zich steeds minder van het officiële campagnedraaiboek aan te trekken, zou Palin een eigen kandidatuur voor het Witte Huis in 2012 voorbereiden.

Palin for president in 2012? Eheum…

Wat zijn de argumenten pro Palin als republikeinse presidentskandidaat in 2012?

1. Mobilisatie van de conservatieve basis

Als Palin als hockey mom ergens goed in is, dan wel in de mobilisatie van de conservatieve basis. Nate Silver van FiveThirtyEight omschreef een republikeins kantoor als volgt:

In the Colorado Springs volunteer office, “you could hear a pin drop” in the days before Palin was picked. The Saturday morning after the Palin pick, organizers arrived to an early morning volunteer line waiting at the door.

Maar zoals ik reeds eerder beargumenteerde, kan men zich afvragen wat deze mobilisatie waard is. De VS worden gekenmerkt door een grote mate van geografische politieke homofilie: mensen met dezelfde politieke overtuiging vertonen de neiging om zich geografisch te gaan clusteren. Dat resulteert in counties waarvan de geregistreerde kiezers politiek relatief homogeen zijn. Door een mobilisatie van de conservatieve basis zou een county waarvan bvb. reeds 60% van de kiezers republikeins stemde naar 70% kunnen gaan, maar dat verandert niets aan de uitslag. Counties en bijgevolg staten van politieke kleur doen veranderen lukt enkel door het betrekken van nieuwe demografische categorieën bij het politieke proces, zoals Obama met de jongeren en de afro-americans doet. Het valt serieus te betwijfelen of een mobilisatie van de conservatieve basis effectief ook nieuwe demografische categorieën en dus kiezers aansnijdt.

2. De schandalen

Een argument pro Hillary Clinton als democratische presidentskandidaat  was dat alles reeds over haar gezegd en geschreven is. Clintons schandalen waren reeds zo door media uitvergroot, dat ze haar nog maar weinig konden schaden. Eenzelfde argument zou misschien ook voor Palin kunnen opgaan. Bovendien heb ik de indruk dat een republikein minder sterk afgerekend wordt op zijn/haar schandalen dan een democraat.

3. I told you so

Er bestaan momenteel onrealistisch hoge verwachtingen over Obama. Het is quasi onmogelijk dat Obama al zijn plannen ook effectief gaat kunnen verwezenlijken. Dat gegeven zou door Palin over vier jaar uitgespeeld kunnen worden in de zin van: “Net zoals ik reeds vier jaar geleden zei, Obama…”.

4. McCain = handige zondebok

De mislukking van de huidige campagne zou volledig op het conto van John McCain kunnen afgewimpeld worden. Meer zelfs, op basis van nationale peilingen (dus de popular vote en niet de electoral vote) zou Palin zelfs kunnen beargumenteren dat zij de Grand Old Party van een nog groter gezichtsverlies gered heeft.

Demographic determinants of voting behavior

Ik heb tijdens mijn studententijd als socioloog de eer gehad een college te mogen volgen van Emer. Prof. Ron Lesthaeghe. Prof. Lesthaeghe is als socioloog doorgebroken met zijn baanbrekende theorie over de ‘Second Demographic Transition’ (SDT). De Tweede Demografische Transitie wordt gekenmerkt door een stijgende huwelijksleeftijd, een toenemend voorkomen van ongehuwd samenwonen, een dalend voorkomen van hertrouwen, het uitstellen van kinderen, en toenemende kinderloosheid. Interessant is dat deze demografische patronen nauw samenhangen met religieuze en politieke dimensies.

Een illustratie hiervan zijn de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2004. Hieronder vindt men op staatsniveau een zeer sterke, negatieve correlatie (r=-0,87) tussen het stemmen voor Bush in 2004 en een factor samengesteld uit bovenstaande demografische kenmerken: hoe sterker een staat scoort op deze SDT-factor, hoe lager het percentage van die staat die in 2004 voor Bush gestemd heeft.

Bron: Lesthaeghe, R. and Neidert, L. (2006). The second demographic transition in the United States: exception or textbook example? Population and Development Review, 32 (4), p. 686.

Interessant is nu om na te gaan in welke mate Obama van dit demografisch gegeven kan profiteren en in hoeverre de peilingen deze demografische patronen reflecteren.

Van de drie zekere swing states (zie mijn blog van eergisteren), zijnde Iowa, Colorado en New Mexico, is het opmerkelijk dat Iowa op de SDT-factor zeer laag scoort: hier breekt Obama duidelijk door een demografisch patroon. Van de vier minder zekere swing states (Virginia, Florida, Ohio en Nevada) worden vooral Florida en Nevada demografisch ondersteund, Virginia is relatief neutraal. Ohio is dan weer demografisch conservatief.

De republikeinse bolwerken die Obama lijkt binnen te halen (North Carolina, Montana, Minnesota, North Dakota, Arizona, en Missouri) zijn demografisch zeer divers. North Carolina en Arizona lijken demografisch gezien goed mee te vallen. Missouri, Minnesota, North Dakota en Montana daarentegen zullen harde noten om te kraken zijn.

Een Bradley effect?

Op mijn post van gisterenavond heb ik reeds een aantal reacties van ongeloof gekregen. De meeste reacties laten zich samenvatten in twee argumenten: 1. Je beroept je volledig op peilingen, maar wat zijn deze waard? Onder andere blue collar-voters worden daarin onderbevraagd. 2. Nog veel Amerikanen zien een zwarte president niet zitten, maar durven daar openlijk niet voor uit te komen uit angst om als een racist versleten te worden.

De combinatie van deze twee argumenten wordt ook wel het zogenaamde Bradley effect genoemd. Het Bradley effect verwijst naar het systematisch overschatten van een zwarte kandidaat in peilingen. Respondenten vertellen immers dat ze nog onbeslist zijn of geneigd zijn om op de zwarte kandidaat te stemmen, terwijl ze in het stemhokje zelf voor de blanke tegenkandidaat stemmen. De reden is sociale wenselijkheid: men durft immers niet toe te geven dat men niet op de zwarte kandidaat wil stemmen omwille van zijn huidskleur.

Het Bradley-effect is genoemd naar Tom Bradley, een Afro-Amerikaan die in 1982 de gouverneursverkiezingen in California verloor, terwijl hij in de peilingen systematisch voorlag.

Vraag van de dag is bijgevolg:

Wordt Obama systematisch in peilingen overschat? Is er met andere woorden sprake van een Bradley effect?

1. Wat zijn de peilingen waard?

Peilingen kunnen zeer sterk variëren in hun manier van steekproeftrekking, hun steekproefgrootte, hun manier van afname, hun wegingsfactoren… Peilingen kunnen met andere woorden zeer sterk verschillen in hun representativiteit. Het is hoogstwaarschijnlijk waar dat een aantal sociale categorieën in peilingen systematisch onderbevraagd worden. Zo worden blue collar-voters inderdaad doorgaans onderbevraagd, en deze groep vertoont inderdaad een grotere kans op xenofobie. Maar ook jongeren en Afro-amerikanen worden in peilingen doorgaans onderbevraagd en deze zijn dan weer meer geneigd om op Obama te stemmen.

Een ander argument is dat we ons niet beroepen op slechts één peiling, maar op dagelijks minstens 10 peilingen van zeer diverse makelij, en dat al deze peilingen consequent Obama een voorsprong geven in cruciale staten. Voor een overzicht van de peilingen, zie hier, hier en hier.

2. The Bradley-case

Er zijn ook twee grote verschillen tussen de Bradley-case van 1982 en de huidige situatie van Obama:

Een eerste verschil is dat de voorsprong van Bradley in de peilingen veel nipter was dan voor Obama momenteel: respectievelijk 1 à 5% tegenover 5 à 15%.

Een tweede verschil is dat de mensen de standpunten en de persoonlijkheid van Bradley niet zo goed kenden. Het waren ’slechts’ gouverneursverkiezingen, de campagnes waren nog niet zo uitgebouwd en de media versloeg het gebeuren niet zo intensief als nu. Ze hadden met andere woorden weinig argumenten buiten Bradleys huidskleur om niet op hem stemmen. Vandaar dat ze uit sociale wenselijkheid in peilingen aangaven dat ze nog onbeslist of zelfs pro Bradley waren. Bij Obama is van dit alles geen sprake. Er is lange tijd een ware Obamania geweest, dus de mensen zouden intussen zijn persoonlijkheid en standpunten wel moeten kennen. Respondenten die met andere woorden een probleem hebben met de huidskleur van Obama kunnen bijgevolg gerust aan pollsters zeggen dat ze niet op Obama gaan stemmen omdat hij “te liberal” of “te soft” is.

3. The democratic primaries

Er wordt vaak naar een Bradley effect gewezen bij de democratische primary in New Hampshire. Daar verloor Obama met drie procentpunten van Hillary Clinton, terwijl hij in de peilingen systematisch voorlag. Het is niet onmogelijk dat er op dat moment van de campagne nog ruimte was voor een Bradley effect. Interessant is echter dat er in de zuidelijke staten met een grote zwarte minderheid zoals North Carolina en Virginia sprake is van een omgekeerd Bradley effect: Obama werd er in de peilingen consequent onderschat. Veel Afro-amerikanen stemden er immers voor Obama omwille van zijn zwarte huidskleur, maar durfden dat uit sociale wenselijkheid niet te verklaren aan de pollsters.

Samengevat denk ik dat er momenteel veel over het Bradley effect geschreven wordt, maar dat het in de praktijk al bij al nog zal meevallen.

Obama by landslide?

Nog precies 7 dagen scheidt ons van de moeder van de Amerikaanse presidentsverkiezingen op dinsdag 4 november. Ik ga de verkiezingen alvast vieren op de ‘We survived Bush’-party in het Kultuurcafé van de VUB de dinsdagavond en de eerste resultaten gaan checken op de verkiezingsbrunch van de sp.a in het Barnabé-café de woensdagochtend. In afwachting van deze feestjes ben ik van plan om iedere avond een thema omtrent de presidentsverkiezingen op deze blog te behandelen.

Vandaag buig ik het hoofd over volgende vraag:

Wat is de kans dat Obama de verkiezingen zal winnen ‘by landslide’?

Dat Obama de verkiezingen gaat winnen is voor mij immers al zo goed als zeker. De vraag is dus niet of hij gaat winnen, maar met welke marge hij zal winnen.

Ter herhaling. Het kiescollege bestaat uit 538 kiesmannen. Om de verkiezingen te winnen dient Obama dus 269+1 kiesmannen binnen te halen. Om de verkiezingen by landslide te winnen, dienen echter 375 kiesmannen zich achter Obama te scharen en dient hij ook nog de popular vote te winnen. Is dit haalbaar?

Als we de peilingen mogen geloven zal de popular vote geen probleem vormen: zie hier, hier en hier. Maar wat met die 375 kiesmannen, de zogenaamde electoral vote?

De Kerry-states (de staten waar John Kerry in 2004 gewonnen heeft) omvatten 251 kiesmannen. Van die staten waren New Hampshire (4 kiesmannen), Michigan (17 kiesmannen) en Pennsylvania (21 kiesmannen)lange tijd onzeker, maar sinds een drietal weken (eigenlijk sinds het ‘uitbreken’ van de economische crisis) heeft Obama er volgens de meeste peilingen een ruime marge. In NH heeft hij een marge die varieert tussen 4% en 15%, in MI een marge tussen 3% en 22%, en in PA een marge tussen 7% en 13%. De McCain-campagne lijkt de laatste dagen echter wel veel middelen in Pennsylvania in te zetten.

New Mexico (5) en Iowa (7) en zelfs Colorado (9) behoren ook al lange tijd tot veilig terein voor Obama. Zij zijn samen goed voor terug 21 kiesmannen.

De tussenstand staat ondertussen op 272 kiesmannen, waarmee Obama de verkiezingen wint! Nog 103 kiesmannen te gaan om een landslide te bereiken.

De andere kanshebbers laten zich opdelen in twee soorten staten.

1. Staten die bij de vorige verkiezingen naar Bush gingen, lange tijd als swing states beschouwd werden, maar waarvan het op basis van de meeste peilingen aannemelijk is dat ze naar Obama gaan. Het betreft de staten Nevada (5), Virginia (13), Florida (27) en Ohio (20). Samen zijn ze goed voor 65 kiesmannen. De kans is dus reëel dat Obama deze staten binnenhaalt.

2. Echte traditionele republikeinse bolwerken waarvan niemand ooit dacht dat de democraten ze nog zouden kunnen winnen, maar die in de meest recente peilingen naar een ‘tie’ neigen. Hier denken we aan North Carolina (15), Montana (3), Minnesota (10), North Dakota (3), Missouri (11) en zelfs het Arizona van McCain (10). Deze staten zorgen samen voor 52 kiesmannen. De kans is onwaarschijnlijk dat Obama al deze staten binnenhaalt.

De teller staat ondertussen op 389 kiesmannen, zijnde een landslide. De kans is echter zeer klein dat hij alle bovenvermelde traditionele republikeinse bolwerken binnenhaalt, maar je weet natuurlijk nooit… :-)

Peilingen in de media

Ik erger me de laatste tijd behoorlijk aan de berichtgeving van de Vlaamse kranten over de peilingen omtrent de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Ze rapporteren steevast de nationale cijfers (popular vote) in plaats van de cijfers per staat en dus de kiesmannen per staat. Een recent voorbeeldje van in De Morgen van 24 september:

Volgens een onderzoek dat vandaag door de Washington Post en televisiezender ABC News werd gepubliceerd, staat de senator uit Illinois negen procent voor op zijn Republikeinse tegenkandidaat John McCain. Van de mensen die naar eigen zeggen willen gaan stemmen, heeft 52 procent de intentie op Obama te stemmen tegenover 43 procent op McCain.

Hoewel dat de bottom line klopt – Obama is inderdaad aan de winnende hand – zeggen deze cijfers niets. Veel betekenisvoller zijn de peilingen in swing states als Colorado, Michigan, Virginia, Florida, Pennsylvania, New Hampshire, Ohio en North Carolina. Want daar en enkel in die staten zijn de broodnodige kiesmannen te winnen die in november het verschil zullen maken.

Even een (risicovolle) voorspelling. Ter herinnering: Obama heeft 270 kiesmannen nodig om verkozen te geraken. De Kerry-states plus New Mexico en Iowa minus New Hampshire leveren hem reeds 260 kiesmannen op (Michigan en Pennsylvania beginnen behoorlijk safe te worden, zie hier). Colorado met 9 kiesmannen is zo goed als binnen. Virginia, New Hampshire, Florida en Ohio zijn nog onzeker. North Carolina kan Obama op zijn buik schrijven. Nog één enkele kiesman te verkrijgen met andere woorden. Ik gok op Virginia met zijn 13 kiesmannen.

Volgende Pagina »