Een goed opiniestuk van Rik Coolsaet deze morgen in De Standaard:
Het sociaal contract van Barack Obama
AANVAARDINGSSPEECH GERICHT TOT DE WEIFELENDE AMERIKAAN
Het is gemakkelijk om te begrijpen waarom een deel van de Amerikaanse bevolking zo enthousiast op Obama reageert. Wat hij lijkt aan te bieden, is niet minder dan een nieuw sociaal contract zoals Franklin D. Roosevelt, zegt Rik Coolsaet die naar de aanvaardingstoespraak luisterde.
Drie kwartier duurde vannacht Barack Obama’s aanvaardingsspeech als Democratisch presidentskandidaat, in een overvol voetbalstadion in Denver. En ik kon het echt niet helpen. Drie kwartier spookte de vraag door mijn hoofd: waar zit de Belgische Obama? Welke Belgische politicus doet Obama na in zijn magistrale poging om de verdeeldheid in eigen land te overbruggen? Bij ons is het net omgekeerd: hier verscherpen politici, zowel in Vlaanderen als in Wallonië, de tegenstellingen onder de mensen en zetten zij Vlamingen en Franstaligen tegen elkaar op. Waar zit de Belgische Obama die met evenveel menselijkheid over de illegale migrant durft te praten? Bij ons daarentegen hoor je een Vlaams politicus op een gemene manier Franstaligen in Vlaanderen gelijkschakelen met migranten, die zich moeten aanpassen – of opkrassen. Ik zoek nog steeds de eerste politicus in Vlaanderen die met evenveel overtuiging als Obama diversiteit een kracht noemt en geen ziekte – getuige zijn eigen levensloop. En het wachten is voorlopig ook nog op de eerste politicus in dit land die een coherent project aanbiedt dat insluit en niet uitsluit.
Obama’s speech was politiek theater van Hollywoodiaanse topkwaliteit. Het is gemakkelijk om smalend te doen over zoveel indrukwekkende enscenering, over de Dorische zuilen in papier maché die de presidentskandidaat moesten omhullen met de symbolen van macht en prestige, de zorgvuldig uitgekiende retorische opbouw en het oerklassieke ‘God bless you‘ op het einde van de toespraak. Het is ook niet moeilijk om de scheut populisme te hekelen die in zijn toespraak zit ingebed, waar hij zich afzet tegen de professionele politici en de bureaucraten in het verre Washington of waar hij langs zijn neus weg zegt dat hij elke avond met Amtrak – de amechtige Amerikaanse spoorwegmaatschappij – huiswaarts keert.
Maar tezelfdertijd verwoordde Obama zijn kernboodschap duidelijker en concreter dan ooit tevoren. En de hoofdrol hierin was weggelegd voor de dagelijkse moeilijkheden en bezorgdheid van de individuele Amerikaan, niet om wat de politici in de hoofdstad bezig houdt.
Het is gemakkelijk om te begrijpen waarom een deel van de Amerikaanse bevolking zo enthousiast op Obama reageert. Wat hij lijkt aan te bieden, is niet minder dan een nieuw sociaal contract. Franklin D. Roosevelt deed het hem voor in de jaren dertig van de 20ste eeuw. Dat kan geen toeval genoemd worden. Opiniepeiling na opiniepeiling bevestigt het beeld dat het Amerika van vandaag in vele opzichten aan dezelfde kwalen lijdt als ten tijde van Roosevelt. Het land leeft in angst. Tachtig procent van de Amerikanen vindt dat hun land de verkeerde richting uitgaat en uit een recente peiling blijkt dat de Amerikaanse bevolking zowat de meeste pessimistische van de hele wereld is. Politieke crises in de wereld staven hem in die overtuiging. In eigen land vreet de economische teruggang aan het inkomen van de gemiddelde Amerikaan. En de regering lijkt daar allemaal geen antwoord op te kunnen bieden.
Net zoals Roosevelt wil Obama de zwaksten in de Amerikaanse samenleving beschermen en tezelfdertijd de toenemende ongerustheid onder de middenklassers opvangen. In de beste Democratische traditie bevestigt Obama daarbij dat hij de staat aan de zijde ziet van de zwaksten in de samenleving – en niet als de behoeder van ’s lands welvarenden. De staat is er om de individuele burger te beschermen tegen risico’s en problemen waartegen hij zich niet op eigen kracht kan indekken – tenzij hij of zij behoort tot de toplaag van welgestelden.
Maar Obama’s project is niet louter defensief. Opnieuw zoals Roosevelt (we have to fear but fear itself - wij moeten enkel onze eigen angst vrezen) wil hij blijkbaar de angst onder de Amerikanen overstijgen doorheen wat hij een ‘nieuwe gemeenschappelijke doelstelling’ noemt. Angst voedt immers het gevoel van machteloosheid en dempt daardoor de kansen op een verbetering van een samenleving. Angst drijft mensen in een egelstelling, verscherpt tegenstellingen en sluit uit. Angst verengt de geest. Om vooruit te gaan heeft een gemeenschap een collectief verhaal nodig, dat insluit en niet uitsluit. Mensen moeten vertrouwen in de toekomst hebben. Een beleid gebouwd op angst, verhindert dat. We verdienen beter dan wat we de afgelopen acht jaar gehad hebben, zo zei hij, want we zijn een beter land dan dat.
Barack Obama wil het elementaire gemeenschapsgevoel herstellen. ‘Je stapt niet alleen’, klonk het in een van de memorabele passages in zijn toespraak, waarmee hij Martin Luther Kings woorden van 45 jaar geleden herhaalde. Maar zoiets ligt niet in de macht van de overheid – of althans, niet uitsluitend. Obama plaatste de burger uitdrukkelijk ook voor zijn individuele verantwoordelijkheid inzake opvoeding, milieu, criminaliteit. Maar dat lukt alleen maar als die burger zich betrokken voelt in een gemeenschappelijk project dat perspectief inhoudt.
Obama’s toespraak vannacht was duidelijk gericht tot de weifelende Amerikaan, voor wie hij ondanks de twintig maanden lange voorverkiezingen nog steeds een mysterie is gebleven, en die sceptisch aankijkt tegen diens boodschap. Met enige zelfrelativering omschreef hij zichzelf gisteren trouwens als ‘niet de meest evidente kandidaat’ voor het ambt van president. Wat Obama’s Amerika daarentegen met de wereld zal aanvangen, komen we niet te weten. Hoe hij zal reageren op de onvermijdelijke verdere daling van de internationale invloed van de Verenigde Staten, kunnen we niet opmaken uit zijn woorden. En dat is wellicht het grootste probleem waarop de nieuwe president in Washington een antwoord zal moeten vinden. Een grote mogendheid die macht en invloed verliest, zo leert ons de geschiedenis, kan dat tijdelijk verhullen door dadendrang – of opvangen door een beleid van internationale samenwerking.
Maar daarover horen we vanaf maandag wellicht meer. Dan houden de Republikeinen op hun beurt hun conventie en begint de echte verkiezingsstrijd.
Rik Coolsaet is voorzitter van de Vakgroep Politieke Wetenschappen Universiteit Gent









